Fotografie van glimmende objecten
Fotografie van glimmende objecten - 2
Digitale of conventionele fotografie ? - Dit is niet de plaats voor een gedetailleerde beschrijving van digitale of conventionele fotografie. Wilt u daarover meer weten, kijk dan bijv. bij de uitstekende teksten van www.fotobeurs.com (Nederlands), 'The image' (Engels) en ' Making the transition from film to digital' (Engels).
Het maakt in principe niet uit of van een digitaal of conventioneel fototoestel gebruik wordt gemaakt, want het is niet de camera maar de fotograaf die de foto maakt. Fotografie is de kunst van het zien, het zo goed mogelijk uitbeelden van een scene door het schrijven met licht, waarbij de camera meer of minder technische mogelijkheden biedt. Praktisch zijn er, afhankelijk van het voor de camera bestede bedrag, echter belangrijke verschillen en heeft elk type camera zijn voor- en nadelen.
- Conventionele fotografie is in hoge mate ontwikkeld en gestandaardiseerd, en heeft in 1½ eeuw van ontwikkeling een hoog niveau van perfectie bereikt.
- De digitale fotografie heeft een zeer snelle ontwikkeling doorgemaakt waardoor het gat in kwaliteit ten opzichte van conventionele films langzamerhand is gedicht, en bij duurdere camera's de mogelijkheden zelfs groter zijn geworden. De ontwikkelingen betreffen met name de gedetailleerdheid (oplossend vermogen van details, contrastweergave,
kleurweergave) waarmee foto's worden vastgelegd snel, zodat de kwaliteit
die conventionele fotografie oplevert langzamerhand geëvenaard wordt. Wanneer een opname met een digitale camera gelijkwaardig is met
die op kleinbeeldfilm hangt van een aantal zaken af, o.a. van de filmgevoeligheid.
Werk je graag met een film van 100 ASA of meer, dan is een toestel met
6 megapixel wel toereikend; werk je met fijnkorreliger films (zoals Kodachrome
64 of Fuji Velvia), dan moet je eigenlijk 10-16 megapixel cameras (de huidige
top) gebruiken voor een even goed resultaat als met conventionele film
(zie bijv. bij
of
).
Daarbij is het niet eens alleen het aantal megapixels dat de doorslag
geeft, maar ook hoe vrij van ruis zij registreren wat de lens biedt:
door steeds meer pixels op een hetzelfde kleine oppervlak te persen beginnen
zij elkaar nl. te storen. Groter formaat negatieven zullen nog wel enkele
jaren superieur blijven aan wat met digitale cameras kan worden bereikt.
Echter, voor iemand die niet zo veeleisend is en al tevreden is met een
scherpe foto op briefkaartformaat of wat groter is een digitaal toestel
voor huis-tuin-en-keuken doeleinden toereikend. - Verwisselbare optiek en allerlei mogelijkheden om de belichting te beïnvloeden zijn voorbehouden aan kostbare digitale camerahuizen, doorgaans voor dezelfde mogelijkheden véél duurder dan conventionele camera's.
- Digitale fotografie heeft als enorm voordeel dat je niet van film afhankelijk bent die moet worden ontwikkeld, zodat je direct kunt beoordelen of de opname aan de verwachtingen voldoet; als de foto vrijwel direct op een beeldscherm kan worden bekeken laat hij zich ter plaatse ook in detail beoordelen. Je kunt van de ene op de andere foto overgaan van een gevoeligheid van 100 ASA naar bijv. 1600 ASA. Ook hoef je de foto niet meer in te scannen alvorens deze op een beeldscherm te kunnen gebruiken. Nieuwe ontwikkelingen in de fotografie blijven heden ten dage ook beperkt tot de digitale fotografie. Ook zijn in de bewerkingsmogelijkheden van een foto per computer niet alleen alle technieken verwerkt die ten tijde van de conventionele fotografie zijn ontwikkeld, maar zijn daar andere aan toegevoegd. Daaronder het aan elkaar koppelen van foto's om een panorama te creëren, of om een High Dynamic Range (HDR) foto te maken die een groter dan normaal licht-donker contrast in het beeld kan overbruggen.
Bedenk bij een keuze ook dat de kosten van opslag van fotomateriaal in een negatievenalbum verwaarloosbaar zijn, en die voor digitaal materiaal zeer hoog. Bij digitaal materiaal bepaalt de wijze van opslag (RAW, TIFF, JPEG, PSD) of er geen of veel informatie verloren gaat, en is de wijze van opslaan nog niet geheel gestandaardiseerd. Of wat nu goed werkt over 5-10 jaar nog gebruikt kan worden moet worden afgewacht, mede gezien de snelle wisselingen in software en opslagsystemen.
Waarvoor zal de foto gebruikt worden:
- Als men van een foto een zeer
grote vergroting wil laten maken is op dit moment voor iemand
met beperkte beurs een conventioneel fotostoestel niet alleen veel goedkoper
maar ook nog superieur aan een digitaal toestel. Dit laat zich als volgt
verklaren. Bij fotofilm wordt het beeld vastgelegd door drie lagen microscopisch
kleine kleurgevoelige korreltjes, dicht opeen gepakt in de filmemulsie.
Bij gebruik van een geschikte film kan een kleinbeeldfoto gemakkelijk
tot A3 formaat (29,7x42 cm) of beduidend groter worden vergroot
zonder dat de korrelstructuur nog te zien is.
Misschien wilt u op een kleurenprinter via uw computer afdrukken? Een kleinbeeld diapositief of negatief kan met voor de amateur betaalbare fotoscanners worden opgenomen met een resolutie van 4000 punten (dots, pixels) per inch = 2.441.046 pixels per cm². Kleinbeeldformaat (24x36 mm = 8,64 cm²) levert met zo’n scanner dus 21.090.637 pixels op. Daarmee kunt u een prachtige afdruk maken op een A4-pagina, of groter als u over een geschikte kleurenprinter beschikt. Dit aantal pixels is ook groter dan van de op dit moment beschikbare, kwalitatief beste en voor de gefortuneerde amateur nog betaalbare digitale camera’s, die 5-8 megapixels opleveren. Zo'n digitale camera is ook duurder dan een conventionele kwaliteitscamera. (Canon heeft in sept. 2004 de Canon Eos 1Ds Mark II met 16,7 miljoen pixels aangekondigd, adviesprijs € 7999. ) - Is de foto bedoeld voor afdrukken in een boek dan moet men weten met welke resolutie wordt afgedrukt. Stel een drukker heeft voor kunstdruk nodig 300 dpi (dots per inch, ook wel genoemd ppi = pixels per inch), dus 90.000 punten per inch². Is de foto opgenomen met een digitaal toestel dat 2.000.000 pixels oplevert, dan kan deze foto dus worden vergroot tot een foto van 2.000.000/90.000 = 22.22 inch². Uitgaande van een gebruikelijke foto waarbij de breedte van het beeld 1½ keer de hoogte is (hoogte = x inch, breedte = 1½ inch, oppervlak = 1½ x² = 22,22 inch², dus x= 3,85 inch) leidt dit tot een maximaal fotoformaat van 14,78 x 9,86 cm. Wordt nog verder vergroot, dan moeten pixels die niet in de oorspronkelijke opname zaten worden gegenereerd door middel van computerprogramma’s die via interpolatie punten met een zo goed mogelijk passende kleur en helderheid tussen bestaande punten invoegen. Dat kan, maar het komt in het algemeen de kwaliteit van de foto niet ten goede.
- Is de foto uitsluitend bedoeld voor weergave op een beeldscherm, dan hoeven weinig eisen aan de resolutie te worden gesteld. Een beeldscherm heeft een resolutie van 72 dpi. Is het beeldscherm opgebouwd uit 1024 x 768 pixels, dan wordt het hele beeldscherm gevuld met 786.432 pixels. Bij gebruik van een toestel dat een foto met 1.000.000 pixels weergeeft valt bij een dichtheid van 72 dpi bijna ¼ van de foto dus buiten het scherm. Wilt u een foto op een webstek weergeven, dan is 500x380 (190.000) pixels al een fors formaat en moet de foto hiervoor met een factor 5¼ worden verkleind.
Hiermee is het verhaal niet af. Immers, elk beeldpunt
dient te worden gekenmerkt door de kleur die het heeft: de kleurresolutie.
Er zijn verschillende systemen om de kleuren te representeren in het kleurenspectrum. Bij het RGB systeem wordt gebruik gemaakt van de primaire kleuren Rood, Groen en Blauw; door combinaties hiervan kunnen alle kleuren van het spectrum worden weergegeven, ook wit (zie kleurtemperatuur
). De kleurresolutie wordt weergegeven in bits. Beschouw een bit als iets
dat twee mogelijkheden biedt, zoals aan/uit, ja/nee, wit/zwart. Eén
bit levert dus 2 mogelijkheden op, 2 bits 4 mogelijkheden (2²).
Bij 8 bits resolutie kunnen dus 2 tot de macht 8 = 256 kleurschakeringen
worden weergegeven, bij 16 bits maximaal 216 = 65536, bij
24 bits (ook wel ‘true color’ genoemd) 16.777.216 kleurschakeringen. Als rood, groen en blauw elk met 8 bit resolutie (elk 256 mogelijkheden) kunnen worden weergegeven, dan leidt de combinatie tot 3x8 = 24 bit. Dit is de gebruikelijke kleurenresolutie op huidige computerschermen.
Ofschoon 24 bits voldoende lijkt, legt het toch behoorlijke beperkingen op. Dat komt doordat verreweg de meeste informatie is opgeslagen voor de heldere delen, en er relatief weinig resolutie is in de donkere partijen. Als u computerprogramma's gebruikt die de tonaliteit (de helderheid) van het beeld verschuiven door bijv. aanpassingen van helderheid en contrast, dan verschuift u bit-niveaus. Is het aantal bits voor een kleur beperkt tot 8, dan ontstaan er door verschuiven al gauw gaten. Daarom kunnen correcties het beste worden uitgevoerd bij 48 bits nauwkeurigheid, dan blijven de details in de donkere partijen het best behouden, en pas op het laatst eventueel de kleurresolutie tot 24 bits worden gereduceerd. Als u de mogelijkheid hebt, sla uw digitale foto's dan in RAW formaat op, hetgeen de mogelijkheid van 48 bit kleuren inhoudt, niet als JPEG (3x8 = 24 bit, en bovendien gaat er al informatie onherstelbaar verloren). Ik raad u aan dit rustig na te lezen in het hoofdstuk 'Maximizing image information without blowing it' in Making the transition from film tot digital.

Weergeven
via scanner -
Deze geëmailleerde koperplaat meet 25x25 cm. Dit is te breed om in één
keer door een A4 scanner te worden opgenomen. In dit geval is de plaat
in twee keer opgenomen. Er werd strak tegen de onderkant van de plaat een
vrij zware ijzeren liniaal gelegd, en de eerste scan werd gemaakt. Vervolgens
werd de plaat langs de liniaal (die zorgvuldig op zijn plaats werd gehouden)
verschoven, waarna de tweede scan werd gemaakt. In de computer kon met
Photoshop® het ene beeld nauwkeurig passend over het andere worden
geschoven, waaruit het beeld rechts resulteerde.
Aan de randen van het scanveld levert de scanner niet altijd exact dezelfde
kleurintensiteit op; bij het aan elkaar plakken van de deelbeelden is dat
soms zichtbaar. Zorg er daarom voor dat de gescande beelden elkaar een
stuk overlappen, dan is een gunstige plaats om te ‘plakken’ altijd
wel te vinden.
Zilver en goud worden door de scanner grauw weergegeven. Dat komt doordat het grauwe interieur van de scanner wordt gereflecteerd. In de opname hiernaast links boven is een voor champlevé werk gegoten model en een al geëmailleerd model in de scanner door een wit, daar onder door een donker vel afgedekt. Het zilver ziet er tin-achtig uit. Let ook op de ongewenste schaduwen. De afbeelding rechts is afkomstig van een foto. Er werd voor gezorgd dat er rondom witte reflecterende vlakken waren; nu is de uitbeelding van het zilver wel in orde.
Het aantal pixels waarmee foto's worden weergegeven is slechts één technisch criterium. Voor artistieke expressie is het vaak belangrijk om een onderwerp uit zijn omgeving te kunnen isoleren: geef het hoofdonderwerp scherp weer en de omgeving onscherp (beperk de scherptediepte), dan wordt de aandacht nadrukkelijk op het hoofdmotief gevestigd. Bij een conventionele camera met verwisselbare optiek is dat mogelijk door de keuze van lenzen en van de lensopening (diafragma). Behoudens bij de duurste digitale camera's is men daarin om de volgende reden zeer beperkt.
Bij conventionele camera's wordt het onderwerp afgebeeld op kleinbeeldfilm
van 24x36 mm, en bij grootbeeldformaat op een veel groter oppervlak. Hetzelfde onderwerp
gefotografeerd bij dezelfde lensopening op groot formaat film heeft een grotere scherptediepte dan op kleiner formaat, d.w.z. een groter waarneembaar scherpteverschil tussen
voorwerpen die dichtbij en die ver van de camera af zijn. Het deel van het
beeld dat van voor naar achter scherp wordt weergegeven (de scherptediepte, gewoonlijk van 1/3 voor het punt waarop werd scherp gsteld tot 2/3 er achter)
is bij gebruik van dezelfde lensopening (diafragma) voor vlakbij gelegen onderwerpen
kleiner dan voor veraf gelegen onderwerpen; de scherptediepte neemt ook af
naarmate de brandpuntsafstand van de lens groter
is (groothoeklens tegenover telelens). Als de afbeelding van het gefotografeerde precies even groot blijft door de afstand van camera tot onderwerp te variëren, dan is bij dezelfde lensopening de scherptediepte van groothoek- tot supertelelens gelijk. Door de lensopening te
verkleinen neemt bij elke lens de scherptediepte toe.
Bij de minder dure digitale
camera wordt in het algemeen 'alles' scherp afgebeeld, het ideaal van de leek. Dit komt doordat geen
film wordt gebruikt maar een Charge Coupled Device (CCD),
dat met name bij de goedkopere camera's een zeer veel kleiner oppervlak heeft dan
het kleinbeeldformaat. Om op dit kleine oppervlak een beeld te vormen wordt
gebruik gemaakt van kleine lensjes met een veel kleinere brandpuntsafstand (in de orde van 15 mm); zulke camera's hebben ook een kleinere maximale lenseopening. Daardoor is de schertediepte bij zulke camera's minder dan 1 m tot oneindig. Omdat het onmogelijk is met zulke ca
dan bij conventionele kleinbeeld camera's. De minder dure digitale camera's
hebben ook geen mogelijkheid om de lensopening te variëren; dan is het
ook onmogelijk om invloed op de scherptediepte uit te oefenen, één van de redenen waarom zo'n camera voor een artistieke weergave van het onderwerp ongeschikt is.
Samenvattend: iedereen moet zelf een keuze maken. Wil men foto's maken voor presentatie op de computer, internet, of afdrukken op niet te groot formaat papier, dan zijn er te kust en te keur digitale camera's te koop. Zij die hoge eisen stellen kijken vaak nog de kat uit de boom, of zwichten voor de druk van klanten die alleen nog digitaal materiaal verlangen.